Keukengordijnen krijgen het zwaar te verduren. Ze hangen vlak bij het fornuis en nemen baklucht, dampen en spatten op, waardoor ze na een tijd een vettige, vergeelde laag krijgen. Vaak ziet men het pas als het licht er anders door valt of als de gordijnen beginnen te ruiken. Met een goede aanpak worden ze weer helder, zonder dat je ze meteen hoeft te vervangen, en dat kost weinig moeite.
Eerst ontvetten, dan wassen
Haal de gordijnen van de rail, en schud ze buiten uit. Kijk op het etiket welke wasbeurt ze verdragen, en lees ook of de stof kan krimpen. Maak losse haakjes of ringen los, en controleer of er ijzeren onderdelen aan zitten die kunnen roesten. Zo voorkom je dat er bruine vlekken in de stof komen tijdens het wassen.
Laat de gordijnen een tijdje weken in lauw water met een beetje afwasmiddel. Afwasmiddel breekt vet goed af, en de meeste vetvlekken laten dan los. Gebruik niet te veel, anders blijft er zeep in de stof achter. Wrijf hardnekkige plekken voorzichtig met een zachte borstel, en laat ze daarna nog even weken. Wring de stof nooit hard uit.
Was de gordijnen daarna in de wasmachine op een mild programma met een zacht wasmiddel, apart van andere was. Kies een laag toerental, zodat de stof niet kreukt. Spoel goed na, want zeepresten trekken nieuw vuil aan. Dunne gordijnen stop je best in een waszak of een oude kussensloop, zodat ze beschermd zijn tegen de trommel en niet verstrengelen.
Hang de gordijnen nog vochtig terug op, zodat de plooien er vanzelf uit hangen. Laat ze aan de lucht drogen, zonder droogkast, tenzij het etiket dat toelaat. Om vetophoping te voorkomen, zet je bij het koken de afzuiging aan en open je een raam. Kuis de gordijnen op tijd, voordat de laag te dik wordt, dan blijven ze veel langer proper. Een lichte vetfilm op de onderste rand kun je tussendoor ook met een vochtige doek en een druppel afwasmiddel wegnemen, en zo blijft de grote beurt nog even uit.